Amsterdammers storen zich het meest aan spugende en rochelende mensen op straat. Dat blijkt uit onderzoek van de dienst Onderzoek en Statistiek in opdracht van Het Parool. Verder zijn in hun kruis graaiende mannen en neuspeuteraars de inwoners van de hoofdstad een doorn in het oog.
Het Parool liet het onderzoek uitvoeren naar aanleiding van de snackbarhouder die viel over de zoensessie van fotograaf Erwin Olaf en diens vriend. Alle tolerantie ten spijt blijkt dat Amsterdammers net wat meer moeite hebben met tongzoenende homoseksuelen (twee mannen: 45 procent, twee vrouwen: 41 procent) dan heteroseksuelen (38 procent). Dat verschil is er ook bij het hand in hand lopen of een innige verstrengeling.
De schaamteloosheid die sommige mensen in het openbaar tentoonspreiden blijkt vooral voor ergernis te zorgen onder vrouwelijke Amsterdammers. Behalve gerochel worden zij ook liever niet geconfronteerd met bouwvakkersdecolletés, mensen die in het openbaar hun nagels knippen en topless zonnende vrouwen.
Stadsdeel Zuid blijkt een uitgesproken mening te hebben over mannen met blote bovenlijven op het terras: 68 procent noemt het storend. Sowieso scoort de blote buik hoog op de irritatiemeter; een vierde plaats met 52 procent. In Noord (33 procent) en Zuidoost (35 procent) wordt daar wat lichter over gedacht. Bij topless zonnen op het strand is er sprake van een generatiekloof; jongeren tot 35 jaar (22 procent) ergeren zich meer dan ouderen (6 procent).
(bron: Het Parool)






